Wat zijn (spaanse) pepers?

Chillipeper, beter bekend als de spaanse- of rode peper is een pittige groente.
De peper is familie van de nachtschade soort, hier vallen aardappels en tomaat ook onder.
Wat de peper zo pittig maakt is de capsaïcine die er in zit.
De (spaanse) peper is, naast de korrel peper, de meest gebruikte 'vrucht' om gerechten pittig(er) te maken.

De oorspronkelijke groene of rode pepers worden in vele varianten van kleur, vorm, grootte en scherpte gekweekt en gegeten.

Rode pepers worden wereldwijd gekweekt in alle landen waar ze willen groeien. Interessant is dat de Indiase en Thaise keuken, die er zoveel gebruik van maken dat ze voor veel Nederlanders synoniem zijn met 'heet' voedsel, deze peper pas na de introductie ervan door westerlingen hebben leren kennen.

Het eten van zeer scherpe gerechten is in zekere mate verslavend als men er eenmaal aan gewend is. De capsaïcine stimuleert de warmtezintuigen in de mond en wekt zo de indruk van hitte. In respons hierop worden in de hersenen endorfinen afgescheiden om de pijn van deze vermeende 'brandwond' minder te voelen. Endorfinen zijn de lichaamseigen stoffen die op dezelfde receptor gaan zitten als morfine. Dit geeft de gebruiker een plezierig en behaaglijk gevoel. Op de huid wordt peper toegepast in capsicumcreme die een warmtegevoel en een versterkte doorbloeding geeft en bij gewrichtspijnen wordt toegepast. Het eten van rode pepers zou helpen tegen verkoudheid. Ook zou het eten van pepers de stofwisseling doen versnellen.

De sterkte van rode peper kan erg verschillen van soort tot soort en zelfs van peper tot peper binnen een soort. Een fout die vaak gemaakt wordt in de keuken is om het uiteinde van de peper even te proeven om de sterkte te beoordelen, maar het uiteinde kan veel milder zijn dan de rest mede omdat er geen pitjes en zaadlijsten in zitten die meestal extra scherp zijn.

Mensen die wel eens scherpe Spaanse pepers hebben gesneden en daarna hun ogen of lippen hebben aangeraakt weten hoe onaangenaam dat gevoel is. Verder kan men soms tijdens de stoelgang nog een tweede keer van een scherpe pepermaaltijd 'genieten'. Aangezien peper in de mond slechts de indruk wekt dat deze in brand staat en er verder in het maagdarmkanaal niet veel temperatuurzenuwen voorkomen -behalve bij de anus- zou het eten van grotere hoeveelheden peper lichamelijk geen problemen moeten opleveren. Overigens went men snel aan het eten van peper en is het vooral in tropische en subtropische streken erg populair (naar verluidt omdat het zweten bevordert, of ook wel omdat het goed zou zijn tegen parasitaire worminfecties).

© Harry Löhr